Worstelen met restwarmte

De Dutch Data Center Association presenteerde recent haar 2018 report over datacenters en restwarmte. Een super leesbaar rapport over wat ik nu in 700 woorden helder ga proberen te maken.

De energietransitie is onvermijdelijk en gaat de wereld van datacenters raken. Dat merken we nu al, partijen als de gemeente Amsterdam en ontwikkelaars als SADC gaan bijvoorbeeld echt sturen op de PUE (Power Usage Effectiveness) van jouw datacenter. En daarbij is de inkoop van groene energie (dat doet al bijna de hele markt) een uitgangspunt. Echte impact (tot een PUE <1) bereik je als je iets nuttigs doet met de 90% thermische energie die vrijkomt bij de koeling van je servers.

En de markt voor die thermische energie is gigantisch, constateert ook de DDA en de eerste projecten komen van de grond. Waarom gaat dat niet harder?

  • Warmte leveren aan derden is voor een datacenter natuurlijk geen core business, leidt van de core business af en niemand is (nog) verplicht iets met restwarmte te doen;
  • De warmtemarkt is geen gereguleerde markt. Partijen weten niet wie welke rol aan zou moeten nemen en er zijn geen subsidie- of steunkaders voor (zoals bij wind- en zonne-energie);
  • Er zijn maar weinig potentiële klanten die zelf vragen om restwarmte uit datacenters, ze weten meestal niet eens dat dat kan of bestaat;
  • Een warmteklant wil een garantie op warmtelevering en dat gaat een datacenter niet bieden.

En dat terwijl de propositie geniaal is. Als je restwarmte uit groene energie gebruikt om woningen te verwarmen en je gebruikt de koude retourstroom vervolgens om het datacenter (of de servers) te koelen, heb je een super circulair systeem. De groene afvalwarmte van het datacenter is de warmtebron voor de woonwijk (of bedrijventerrein, kassen) en de afvalkoude daarvan is de koelingsbron voor jouw proces.

Het feit dat de DDA (al of niet namens haar leden) de warmte gratis aanbiedt, laat al zien dat we het hier over een heel ander soort waardeketen hebben. Laten we ook helder zijn, ik denk dat de DDA de retourstroom, de koeling, ook graag gratis wil ontvangen.

Klinkt ideaal en zulke modellen zijn in ieder geval de moeite waard om door te rekenen. En daar begint het euvel, want wie gaat er rekenen? Niet de datacenters, want het is geen core business. Niet de warmtevragers, want die weten er te weinig van. Niet de vastgoedontwikkelaars (op een enkeling na), want die snappen de onvermijdelijkheid van de energietransitie nog niet. Er moeten dus partijen opstaan in een niet gereguleerde markt die hier tijd, energie en geld in willen stoppen. Dat gebeurt gelukkig sinds kort ook al op een aantal plekken.

Zo investeerde (onder andere) Alliander DGO fors in een businesscase voor restwarmte uit datacenters voor een glastuinbouwcluster langs de A4. En maakt de Westas (samenwerking Haven Amsterdam, Schiphol en Greenport) nu geld vrij voor business development op duurzame warmte, waaronder datacenters.

We zien dus dat de waardeketen voor restwarmte in deze markt anders is dan een reguliere economische businesscase. We zien dat het niet duidelijk is wie wat zou moeten doen om projecten van de grond te krijgen. En nog vervelender, datacenters gaan geen 15-jarige warmteleveringsgaranties aan tegenover bewoners. Ook hier moet je met een andere benadering werken. Het is core business voor een datacenter om 24/7 te draaien. Je zou dus kunnen verdedigen dat een bewoner helemaal geen garantie nodig heeft. De exploitant van de server zal er immers zijn uiterste best voor doen dat die server altijd draait en dus is de warmte er zo goed als altijd.

Dan nog, er zullen nieuwe partijen op moeten staan die als tussenpersoon tussen datacenter en warmteklant gaan optreden. Ook op dit gebied zien we langzaam partijen opstaan. Er is daarmee een schreeuwende behoefte aan nieuwe samenwerkingen, nieuwe businesscases en praktijkvoorbeelden (er staan al een aantal in het DDA rapport). In de Westas gaat daar de komende tijd in ieder geval aan gewerkt worden.

Een beetje relativeren mag hier ook wel. Het DDA rapport legt nadruk op het feit dat de markt van datacenters eigenlijk nog heel jong is en explosief groeit. Niet zo gek dus dat de markt voor restwarmtebenutting uit datacenters nog in de kinderschoenen staat!

De volgende keer gaan we dieper in op koelingstechnieken en de relevantie daarvan voor de verduurzaming. Ik gooi de stelling er maar vast in, als je nu nog investeert in vrije luchtkoeling staat je datacenter over vijf jaar leeg!

Petrus Postma is mede oprichter van het bureau BLOC in Rotterdam. BLOC ontwikkelt next generation gebouwen, gebieden en concepten, altijd vanuit een maatschappelijk transitieperspectief. Duurzaamheid, inclusiviteit en circulariteit zijn daarbij de kernbegrippen. Petrus werkt als manager aan de circulaire transitie van de Westas, van de Greenports en de Nederlandse industrie. Voor meer informatie, check www.bloc.nl

2 Responses to Worstelen met restwarmte

  1. Bert van der Woerd schreef:

    Zeer begrijpelijk verhaal. Zou het ook andersom kunnen? Zet de servers in de woningen en woongebouwen. nl. daar waar de warmte nodig is. Dan transporteer je geen warmte en wel data. Wellicht is deze “omgekeerde” infrastructuur goedkoper, eenvoudiger en sneller aan te brengen.

  2. Michiel schreef:

    Dag Petrus,

    Heldere uiteenzetting. Je constateert in elk geval het feit dat semi-overheidsbedrijven als het SADC stuurt op duurzaamheid/PUE. Mij bekruipt dan een gevoel van onbehagen. Het SADC faciliteert in de kern van haar zaak immers luchthaven gebonden bedrijvigheid. Niet de meest duurzame ontwikkeling. Is hier sprake van een vlag op een middenschip? Het SADC doet haar business overiges met flair en enthousiasme en heeft daarin succes, wat ik ze van harte gun.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *