CEDaCI richt zich op circulaire datacenters

Op dit moment wordt slechts 10 procent van de zogeheten ‘critical raw materials’ die in datacenters worden gebruikt herwonnen. Willen we de impact van datacenters op het milieu en onze leefomgeving verder verminderen, dan zal het percentage apparaten en materialen dat hergebruikt of gerecycled wordt drastisch omhoog moeten. Daarom start een groep bedrijven, universiteiten en andere partijen – waaronder Green IT Amsterdam – onder de naam ‘CEDaCI’ een onderzoeksprogramma naar circulaire modellen voor datacenters. Aan het project doen organisaties mee uit de vier belangrijkste datacenter-landen van Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk. 

“Noord-West Europa – en dan met name de UK, Duitsland, Frankrijk en Nederland – is de datacenter-hotspot van de EU”, vertelt Julie Chenadec, project manager bij Green IT Amsterdam. “Servers en andere hardware in datacenters kennen veelal een vervangingstermijn van 1 tot 5 jaar. Dit draagt substantieel bij aan de productie van 11.8 megaton WEEE per jaar. Die vier letters staan voor ‘Waste Electrical & Electronic Equipment). Daarmee is WEEE een van de snelst groeiende afvalstromen in de Europese Unie.”

Gezonde keten

Dit afval bevat zogenoemde kritische grondstoffen (KGs). Deze KG’s worden ook wel ‘critical raw materials’ genoemd. Dit zijn grondstoffen die van groot technologisch en economisch belang zijn en waarvan de levering kwetsbaar is voor onderbreking. “Met het CEDaCI-project faciliteren wij de totstandkoming van een circulaire economie voor datacenters in Noord-West Europa. Deze circulaire economie vermindert de impact van datacenters op het milieu. Dit wordt mogelijk als we in staat zijn meer grondstoffen te herwinnen, het gebruik van nieuwe grondstoffen terug te brengen en we een veilige en economisch gezonde keten voor kritische grondstoffen te ontwikkelen.”

Momenteel wordt slechts 10% van de kritische grondstoffen gerecycled en herwonnen. CEDaCI wil dit verhogen tot 40% voor de baseline (107 ton) aan het eind van het project in 2021. En verder tot 400% ofwel 242 ton WEEE na 10 jaar.

IT-installaties

“Op dit moment is het grootste milieueffect van datacenters afkomstig van het forse gebruik van energie”, vertelt Chenadec. “Dit wordt aangepakt door een verbeterde operationele efficiëntie en het gebruik van technologieën voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit. Gezien de enorme groei mag echter niet worden voorbijgegaan aan de impact van datacenters op de beschikbaarheid van hulpbronnen zoals de genoemde kritische grondstoffen.”

Tijdens de levensduur van een datacenter is naar schatting 15 procent van de milieu-impact afkomstig van het gebouw en de installaties, terwijl 85 procent afkomstig is van IT-apparatuur. De impact is hoog omdat apparatuur doorgaans om de 1 tot 5 jaar wordt vernieuwd. “Hoewel er geen nauwkeurige gegevens worden gepubliceerd, levert de datacenter-industrie een belangrijke bijdrage aan het wereldwijde totaal van 11,8 miljoen ton afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)”, vertelt Chenadec. “Dit is een van de snelst groeiende afvalstromen in de EU. AEEA bevat kritische grondstoffen die van groot economisch belang zijn en die kwetsbaar zijn voor verstoring van de voorziening. Daarnaast is de productie energie-intensief en draagt zij dus ook op die manier bij aan de milieu-impact van de sector.”

Lage percentages

Zowel de snelheid als het volume van de groei van ‘digitaal afval’ is ongekend, maar dit gaat niet gepaard met de ontwikkeling van een recyclinginfrastructuur. Bovendien is duidelijk dat het hergebruik van componenten, evenals de recycling en het hergebruik van materialen laag is.

Chenadec: “Momenteel blijft de recycling van AEEA in Noord-West Europa beperkt tot 26,9 procent in het Verenigd Koninkrijk, 26,3% in Frankrijk, 36,9% in Duitsland en 38,1% in Nederland. Een groot deel van de resterende apparatuur wordt geëxporteerd en opnieuw verwerkt of naar stortplaatsen gestuurd. Door deze export worden jaarlijks miljoenen tonnen aan waardevolle hulpbronnen uit deze sector verspild of zijn niet langer toegankelijk. Terwijl sommige van deze stoffen gevaarlijk zijn en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu en de leefomgeving. Toch worden deze materialen vaak simpelweg beschouwd als ‘afval’. Het is belangrijk dat deze kritische grondstoffen beschikbaar blijven of of beschikbaar komen voor hergebruik, juist ook omdat de toegang tot deze stoffen op betrouwbare en ongehinderde wijze wordt bedreigd en vervanging door andere materialen momenteel niet haalbaar is.”

ReStructure

Voor Green IT Amsterdam is CEDaCI min of meer de opvolger van het ReStructure-project. Dit laatste project was puur Nederlands en had tot doel de geheel keten die komt kijken bij het op een verantwoorde manier in gebruik nemen en weer afvoeren van IT- en andere datacenter-datacenter-apparatuur in kaart te brengen.

“Ook is in ReStructure gekeken naar mogelijkheden om tot digitale marktplaatsen te komen waar gebruikte maar afgevoerde apparatuur kan worden verhandeld”, licht Chenadec toe. “Tijdens de participanten-meeting van Green IT Amsterdam in februari is het eindrapport van het ReStructure-project aan de deelnemers aan Green IT Amsterdam gepresenteerd. Daar is veel kennis opgenomen. kennis die we zeker ook in CEDaCI zullen gebruiken.”

Deelnemers

CEDaCI is een Europees onderzoeksproject gericht op het ontwikkelen van een circulaire economie voor datacenters. Het project is in januari 2019 van start gegaan en loopt tot 20121.Dit zijn de deelnemers aan het project:

  • London South Bank University (UK)
  • Dialasheep (FR)
  • Operational Intelligence (UK)
  • Wuppertal Institut für Klima, Umwelt, Energie gGmbH (DUI)
  • Green IT Amsterdam (NL)
  • SIMS Recycling Solutions (NL)
  • Aliter Networks (NL)
  • TEAM2 (FR)
  • WeLOOP (FR)
  • Terra Nova Development (FR)

Robbert Hoeffnagel is hoofdredacteur van DatacenterWorks en CloudWorks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.