Cloud en Internet of Things jagen vraag naar datacenterruimte op

Nederland is zonder twijfel het land van datacenters geworden. De laatste zes jaar was sprake van een gemiddelde jaarlijkse groei van 17,5 procent, aldus een rapport van brancheorganisatie ‘Digital Gateway to Europe’. In onder meer Groningen en Noord-Holland zijn bedrijven als Google en Microsoft actief met grootschalige datacenters. Daarnaast vervult een toenemend aantal regionale datacenters een steeds belangrijkere rol. De cloud en het Internet of Things zorgen daarbij voor veranderingen in de vraag naar datacenterruimte.

Om meer inzicht te krijgen in die verande­ringen voerde 451 Research in opdracht van Vertiv een onderzoek uit onder meer dan 700 beslissers die bij hun organisatie verantwoordelijk zijn voor de inkoop van IT- en storage-­diensten. De uitkomsten van het onderzoek zijn te vinden in het rapport ‘De Impact van de Cloud en het Internet of Things op de Vraag naar Datacenters’.

Over het hoofd zien

Rond de eeuwwisseling waren het vooral grote bedrijven en telecom-carriers die datacenterruimte huurden. Meer recent zijn het de service providers, waaronder public cloud-spelers, die zorgen voor vraag. Ook sommige grote bedrijven zorgen voor vraag, doordat ze op zoek zijn naar meer hoogwaardige diensten.

Volgens sommige analisten, investeerders en industrievolgers zal de vraag naar gehuurde datacenter-ruimte sterk afnemen. Maar bij veel voorspellingen wordt de potentiële vraag onder cloud providers zelf over het hoofd gezien, evenals de vraag naar hybride datacenterruimtes. Ook blijft buiten beschouwing dat niet alle workloads naar de cloud gaan, bijvoorbeeld vanwege beveiligingsissues of kosten.
Het rapport maakt duidelijk dat een sombere blik niet nodig is als het gaat om de vraag naar datacenterruimte. Het onderzoek beschrijft zeven drivers die nu en in de toekomst een belangrijke rol spelen bij het creëren van vraag naar gehuurde datacenterruimte. Ook geven ze aan wat de gevolgen zijn voor exploitanten van multi-tenant datacenters.

In minder dan tien jaar tijd is de cloud veranderd van een marginale dienst naar een mainstream platform. Tal van bedrijven maken de overstap van on-premise datacenters naar off-premise colocatie-, hosted private cloud- en public cloudomgevingen. Hoewel bedrijven gemiddeld nog 40 procent van hun workloads on-premise ondersteunen en 36 procent in niet-cloudomgevingen afhandelen, geven de meeste respondenten aan dat zij de komende twee jaren meer gebruik gaan maken van private en public clouds.

IoT zorgt voor meer vraag

Het onderzoek liet zien dat de adoptie van het Internet of Things (IoT) hoog is. 98 procent van de respondenten geeft aan hier op een of andere wijze mee bezig te zijn. Daarbij is wel duidelijk dat de meeste organisaties nog aan het begin van deze ontwikkeling staan. 64 procent van de respondenten geeft aan dat het om een bescheiden inzet van IoT-technologie gaat. Sommige voeren tests uit en andere hebben projecten op de planning staan.

IoT-projecten vragen in veel gevallen om verschillende locaties waar data-analyse en -opslag mogelijk zijn. Daarbij is een veelheid aan faciliteiten nodig: endpoint-devices met geïntegreerde computing en opslag, intel­ligente gateway-devices, apparaten voor lokale berekeningen, on-premise datacenters, colocatie-faciliteiten, beheerde hosting-sites en eventueel point of presence-locaties van netwerk providers.

Naast talrijke hosting-bestemmingen voor data-analyse en opslag zal er ook behoefte zijn aan het opslaan, integreren en verplaatsen van data over verschillende clouds en andere platforms, waaronder colocatie-sites en point of presence-locaties van netwerk providers.

Hoewel de meeste IoT-projecten in de kinderschoenen staan, besteden bedrijven een belangrijk deel van hun IT-capaciteit aan deze nieuwe technologieën. Opvallend genoeg zegt meer dan de helft van de respondenten (54 procent) dat ze tussen de 26 en 75 procent van hun huidige IT-capaciteit besteden aan IoT-initiatieven. 73 procent verwacht dat hun
organisatie over twee jaar driekwart van de datacentercapaciteit besteedt aan de ondersteuning van IoT-initiatieven.

Workloads en providers

Het gaat overigens om meer dan storage. Het verwerken van IoT-data biedt ook kansen voor datacenter-leveranciers. De public cloud is op dit moment de populairste locatie (39 procent) voor analyse van IoT-data, maar heeft nog geen monopoliepositie ingenomen. Het verwerken van data wordt op dit moment verdeeld tussen colocatie-faciliteiten (30 procent), lokale computing devices die verbonden zijn aan datagenerators (30 procent), infrastruc­turen van netwerkoperator (31 procent) en on-premise datacenters (35 procent).

De aard van de IoT-workload is van invloed op de plek waar IoT-data wordt bewaard en verwerkt. Zo zijn systemen voor kwaliteitscontrole en tracking het dichtst bij de bron van de data te vinden, meent 48 procent van de respondenten. Micro-modulaire datacenters worden het meest ingezet om aan de eisen te voldoen. Daarnaast worden ook dichtbijgelegen multi-­tenant datacenters veel ingezet.

De kans van de groep ‘onbeslist’

Net zoals de zwevende kiezer voor een politieke partij kansen oplevert, bieden bedrijven die nog geen duidelijk IoT-beleid hebben ontwikkeld kansen voor leveranciers van multi-tenant en micro-modulaire datacenters. Voor wat betreft infrastructuurleveranciers noemt een kwart van de respondenten public cloud-providers als hun eerste keus voor IoT-storage en -verwerking. We zagen echter een redelijk gelijke verdeling tussen public cloud en respondenten die een combinatie kozen van public, private en colocatie-datacenters (21 procent). Bovendien koos 28 procent van alle respondenten voor netwerkoperators (14 procent) of colocatie-leveranciers (14 procent).

Rand van het netwerk

Het OpenFog Consortium omschrijft fog computing als volgt: ‘Een op systeemniveau horizontale architectuur die resources en diensten op het gebied van computing, opslag, controle en netwerk overal binnen het continuüm van Cloud tot Things distribueert’.

Het lijkt erop dat de deelnemers aan het onderzoek early adopters zijn. Want verrassend genoeg zegt 45 procent bekend of zeer bekend te zijn met OpenFog. De belangrijkste drivers voor fog computing zijn realtime analytics op data streams (26 procent van de respondenten), gevolgd door kosten van netwerk-backhaul (24 procent) en hogere applicatie­betrouwbaarheid (21 procent).

Speciale aandacht

Datacenterleveranciers moeten verder speciale aandacht besteden aan die sectoren en landen waar de bedrijven het verst zijn in volwassenheid op het gebied van IoT-planning. Italië
bijvoorbeeld kent het grootste percentage organisaties die de cloud inzetten (67 procent). China is het komende jaar het verst in het gebruik van colocatie als een IoT-datastorage-­omgeving. De belangrijkste transitie op het gebied van IoT-datastorage is het stoppen met het gebruik van eigen bedrijfsmiddelen. Op dit moment gebruikt nog 71 procent van de bedrijven eigen middelen voor het opslaan van IoT-data. De verwachting is dat dit binnen een jaar gedaald zal zijn naar 27 procent.

Eén ding staat vast: de cloud en het IoT hebben een stevige impact op de vraag naar datacenter-capaciteit. Wie openstaat voor de kansen die deze technologieën bieden, kan nieuwe markten aanboren en de concurrentie voor­blijven. Meer weten? Lees het volledige rapport: VertivCo.com/451-NL

Het rapport heeft de volgende uitkomsten voor exploitanten van multi-tenant datacenters op een rij gezet:

  1. Leveranciers met interconnectie- of managed services gaan profiteren van de toenemende vraag naar off-premise deployments
  2. Managed services die het gebruik van de public cloud vereenvoudigen en veiliger maken worden belangrijker voor klanten. Dat geldt ook voor private cloud-opties
  3. Het Internet of Things is niet langer een trend die aanbieders van datacenter-capaciteit kunnen negeren
  4. De public cloud zorgt voor specifieke uitdagingen die bij uitstek door colocatie providers en telecom operators zijn op te pakken
  5. De opkomst van het Internet of Things zorgt voor een nieuw speelveld voor wat betreft de locatie van computing-capaciteit
  6. IoT gaat leiden tot applicaties en workloads die realtime response vereisen en dus een lage latency. Dat betekent dat computing-capaciteit dicht bij de rand van het netwerk geplaatst moet worden. Zo is de latency zo laag mogelijk te houden
  7. De fog- en edge computing-markt zorgt voor talrijke samenwerkingsmogelijkheden
  8. Er zal sprake zijn van een marketingfocus op het evangeliseren van datacenterservices die de belangrijkste vormen van fog- en edge
    computing ondersteunen

Guido Neijmeijer is Manager Benelux bij Vertiv

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.