Internationale aandacht voor vernieuwde datacenterstandaard EN 50600

Datacenternormen zijn continu in beweging. De Tier-classificatie was lange tijd de facto standaard. Maar de nieuwe Europese norm NEN-EN 50600 komt steeds meer voor het voetlicht. De opstap naar de internationale ISO/IEC-norm is zelfs al in volle gang. In dit artikel gaat Niek van der Pas (Voorzitter Norm Commissie / Lead Data Center Expert bij datacenterleverancier Minkels) in op de NEN-EN 50600 en de groeiende internationale aandacht voor deze norm.

Ontwerptraject 

Het eerste deel van de datacenterstandaard EN 50600 ‘Information technology – Data centre facilities and infrastructures’ werd vijf jaar geleden al gepresenteerd. Sindsdien hebben de normcommissies niet stilgezeten. Van der Pas: “Inmiddels is de EN 50600 ook gereed als Europese norm en is er alweer gestart met de revisie, aan de hand van de reacties uit het veld. Steeds meer datacentereigenaren en ICT-managers gebruiken de norm voor een effectieve inrichting van datacenters en computerruimtes. De standaard geeft niet alleen inzicht in het ontwerptraject – van strategiebepaling tot ingebruikname – maar ook in KPI’s, best practices en de operations van datacenters.”

Figuur 1: de verschillende fasen in het ontwerptraject van een datacenter – van fase 1 ‘strategiebepaling’ tot fase 11 ‘ingebruikname’

Kwaliteit

Datacentereigenaren die de EN 50600 als uitgangspunt nemen, leggen de nadruk op kwaliteit. “Juist door operational excellence kunnen datacenters zich onderscheiden – het is het stukje zekerheid waar klanten naar op zoek zijn”, aldus Van der Pas. “Om deze reden krijgt de EN 50600 steeds meer aanhangers. Neemt een datacentereigenaar de EN 50600 niet als uitgangspunt, dan is daar op zich niets op tegen. De EN 50600 is enkel een richtlijn en heeft geen dwingend karakter. Wel zullen klanten naar verwachting steeds meer naar kwaliteitsborging – en dus certificering volgens de EN 50600 – gaan vragen. Aanpassingen aan het datacenter in een later stadium zullen dan vele malen duurder uitpakken, dan in het begin van het ontwerpproces. Met als gevolg dat er minder controle is op het proces en de kosten.” Dit beeld weet Van der Pas treffend te schetsen in onderstaand schema.

Figuur 2: Aanpassingen aan een datacenter worden in een latere fase van het ontwerptraject steeds duurder (met als piek: fase 11). De EN 50600 nodigt datacentereigenaren uit om in een vroeg stadium (vanaf fase 1) na te denken over de inrichting van een datacenter, zodat er meer controle is op het proces en de kosten

Volgens de EN 50600 bepalen drie pijlers samen de kwaliteit van het datacenter: beschikbaarheid, veiligheid en energie-efficiëntie. “In een vroeg stadium is het mogelijk om de kosten in te schatten voor bijvoorbeeld een bepaald veiligheidsniveau of een bepaalde energie-efficiëntie. De standaard biedt richtlijnen om vast te stellen welk niveau gewenst is op deze drie gebieden.”

Beschikbaarheid

Door middel van een business risk analysis is het mogelijk om het beschikbaarheidsniveau te bepalen. “Hier wordt gekeken naar twee factoren: de downtime kosten en de risico’s. Komt uit deze analyse naar voren dat een zeer hoge beschikbaarheid gewenst is, dan is een redundante uitvoering van systemen noodzakelijk. Je kunt je voorstellen dat de beschikbaarheid binnen het datacenter van de luchtverkeersleiding op een hoger niveau moet liggen, dan bij bijvoorbeeld een advocatenkantoor. Deze niveaus variëren van 1 tot 4, waarbij klasse 1 staat voor een lage beschikbaarheid en klasse 4 voor een zeer hoge beschikbaarheid.”

Energie-efficiëntie

De Power Usage Effectiveness (PUE) bepaalt in grote mate de energie-efficiëntie van een datacenter. “Nu is het niet realistisch om de PUE te berekenen bij een belasting van 100%, als een datacenter niet voor de volle 100% in gebruik zal zijn. Je kunt dit vergelijken met een auto. Wellicht haalt hij de 200 km per/uur en loopt hij dan 1 op 5, maar wanneer rijd je nu echt 200 km per/uur? Hetzelfde geldt voor een datacenter. Daarom gaat de EN 50600 uit van de ‘designed’ PUE (dPUE): ontwerpen op basis van de te verwachten capaciteit. De EN 50600 geeft richtlijnen voor het bepalen van de dPUE en het meten van verbetering.”

Veiligheid

Ook is het mogelijk om het gewenste veiligheidsniveau vast te stellen middels de EN 50600. “Hierbij kun je denken aan bescherming tegen onbevoegden, maar ook tegen invloeden binnen de datacenteromgeving (vuur, water) en externe invloeden (aardbevingen en overstromingen). Verder besteedt de EN 50600 ook – in mindere mate – aandacht aan onderwerpen als schaalbaarheid, modulariteit en aanpassingsvermogen.”

Internationale aandacht

Inmiddels is de opstap van Europese naar internationale ISO/IEC-norm in volle gang. “De ISO/IEC Technische specificatie is er naar verwachting binnen een jaar. Dan start het proces tot omzetting naar een standaard.” Maar van waar die internationale aandacht? Van der Pas legt uit: “Er is een duidelijke behoefte aan professionalisering. De EN 50600 is een brede, complete en internationaal toepasbare set – breder dan de Tier-classificatie die lange tijd de facto standaard was. De Amerikaanse Tier-indeling behandelt enkel de beschikbaarheid van datacenters. Er wordt dus gekeken naar het ontwerp en de bouw van een datacenter, maar niet naar het gebruik. Energie-efficiëntie en veiligheid blijven dus buiten beschouwing – net zoals best practices. Een ander verschil is dat het Amerikaanse ‘Uptime’ zorgdraagt voor de inhoud van Tier, maar ook voor de certificering. Bij de EN 50600 zijn inhoud en certificering van elkaar gescheiden. Alle Europese landen die deel wilden nemen, hebben bijgedragen aan de EN 50600 en onderhouden hem vanuit nationale standaardisatiecomités. Aparte instanties verrichten de certificering.”

Toekomst

Van der Pas verwacht dat de inrichting van datacenters en serverruimtes in de toekomst eenvoudiger wordt. “Als de opstap naar de internationale ISO/IEC-norm een feit is, geldt de norm in meerdere landen. Datacenters hoeven dan maar aan één norm te voldoen. Een datacenterontwerp is dan in verschillende landen inzetbaar. Dit leidt tot lagere kosten voor datacentereigenaren: minder productaanpassingen en een lagere kostprijs. Hier kan de (eind)klant ook van profiteren. Datacenterleverancier Minkels neemt deze standaard nu al als uitgangspunt. Klanten zijn zo verzekerd van een energie-efficiënte, veilige datacenteroplossing die bijdraagt aan een optimale beschikbaarheid.”

Op 14 november geeft Niek van der Pas een presentatie over dit onderwerp op IT Room Infra. Hij zal hier onder andere ingaan op de designaspecten en het gebruik van de NEN-EN 50600 norm tijdens het ontwerptraject van een datacenter, de opbouw van de norm, certificering en de uitgangspunten waarop de norm is gebaseerd.

One Response to Internationale aandacht voor vernieuwde datacenterstandaard EN 50600

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *