Investeren in UPS-systemen: redundantie leidt de weg

Het kan de beste overkomen. Op drie april jongstleden moest CGI het hoofdkantoor in Rotterdam ontruimen nadat een niet-onderhouden batterij van een UPS-systeem ver voorbij zijn houdbaarheid besloot om een dikke, walmende sigaar op te steken. Het incident is wellicht minder spectaculair dan het UPS-incident waardoor Microsoft Azure in Japan vier dagen eerder met problemen te maken kreeg, maar laat zien dat het iedereen kan overkomen: continuïteitsproblemen door hét systeem dat voor continuïteit dient te zorgen. Tijd om de UPS serieus te nemen. Tijd dus voor de eerste DatacenterWorks UPS-Day en natuurlijk een bijbehorend UPS-onderzoek door Pb7 Research.

In maart heeft Pb7 Research 105 datacenterbeslissers ondervraagd over het gebruik van UPS-systemen en de ontwikkelingen daarin. Het gaat daarbij om een mengeling van single tenant datacenters (55%) en multi-tenant datacenters (45%). Ongeveer de helft (52%) beschikt over 5 tot 200 server racks en de rest over meer dan 200 racks. Computerruimtes en datacenters met minder dan 5 racks of zonder UPS-systemen zijn buiten de steekproef gehouden.

Datacenters gebruiken UPS-systemen om bij het wegvallen van de netspanning stroomonderbrekingen te voorkomen en als buffer voor ‘onzuivere’ stroom. Iedere organisatie krijgt op zijn tijd te maken met dergelijke incidenten. Meestal doen de UPS-systemen dan prima hun werk. Maar er kan altijd wat misgaan. De helft van de ondervraagde datacenterbeslissers geeft aan dat een UPS-systeem het wel eens laat afweten. Van de datacenters die geen redundantie in hun UPS-configuratie hebben ingebouwd, gaat het zelfs om 80%. Wat kan betekenen dat niet ieder UPS-falen in de meer redundante datacenters direct wordt opgemerkt door de beslissers. En in zo’n 4% van de gevallen leidt UPS-falen daadwerkelijk tot uitval. Dat lijkt niet veel, maar past niet in het streven van de meeste datacenters om de continuïteit tot zo ver mogelijk achter de komma te garanderen.

Opvallend is dat we in het onderzoek geen sterke correlatie zien tussen batterijmonitoring en UPS-falen. Maar batterijmonitoring is er immers net zo goed om falende batterijen op te sporen als om het leven van goed functionerende batterijen te verlengen. In het onderzoek zien we dan ook dat de interesse hiervoor duidelijk toeneemt. Ook zien we een zekere toenemende interesse in supercondensators en andere alternatieven als betrouwbaarder (en duurder) alternatief voor de traditionele accu. Maar de belangrijkste trend die we in het onderzoek constateren, bevindt zich niet op het niveau van het product.

Redundantie wordt de norm

Meer dan 40% van zowel de single tenant als multi-tenant datacenters geeft aan dat er momenteel geen back-up voor UPS’en aanwezig is. Dat betekent dus dat als een UPS het laat afweten, het direct gevolgen heeft. Zo’n 15% geeft aan over een N+1 configuratie te beschikken, waarbij bijvoorbeeld modulaire UPS-systemen parallel geschakeld worden ingezet. En dan is er nog een behoorlijke groep datacenters die aangeeft over een volledig dubbele of zelfs driedubbele uitvoering te beschikken. Wat opvalt, is dat deze situatie volgens de datacenterbeslissers binnen drie jaar sterk verandert. Redundantie wordt daarbij de norm, voor meer dan de helft zelfs volledige redundantie (N+N). Maar de snelste groei vindt plaats bij organisaties die overstappen op een N+1 configuratie.

Datacenters die zich puur op het onderhoud en beheer van individuele componenten richten om de continuïteit zoveel mogelijk te waarborgen, verdwijnen dus in rap tempo. In een redundante configuratie wordt geaccepteerd dat onderdelen falen. Wat dat betreft, zien we een parallel met hoe IT overstapt van ‘disaster recovery’ naar ‘resilience’: als een server of een andere component faalt, neemt een andere component het steeds vaker automatisch over. Herstel bestaat uit het vervangen van de falende component en dus niet uit heropstarten van apparatuur en terughalen van data.

Veranderende eisen?

In theorie betekent redundantie dat UPS-systemen aan minder hoge eisen hoeven te voldoen. Toch is de bewezen betrouwbaarheid met afstand het belangrijkste kenmerk voor het selecteren van een UPS-systeem. Single tenant en multi-tenant datacenters zijn het wat dat betreft met elkaar eens. Maar verder selecteren beslissers in deze twee groepen op basis van hele andere kenmerken. Multi-tenant datacenters beschikken vaker over een relatief grote groep ervaren datacenter technici en zijn sterk PUE-gedreven. Een hoge efficiency, ook bij een lage belasting, is voor hen zeer belangrijk als tweede selectiekenmerk. Ze verwachten wel een goede ondersteuning van fabrikanten – die immers meestal deels verantwoordelijk zijn voor het onderhoud, maar zijn best bereid om ook zelf de handen uit de mouwen te steken. Voor single tenant datacenters is dat vaak heel anders. Aangezien ze meestal over weinig technische experts beschikken en dit ook veelal niet als een kernactiviteit beschouwen, heeft men vaak hele praktische overwegingen. Een UPS-systeem moet vooral eenvoudig in beheer zijn. En aangezien ruimte nog al eens een issue is, zoekt meer dan 40% gericht naar compacte systemen. Ik verwacht overigens dat ook binnen deze datacenters men de komende jaren meer op het energieverbruik gaat letten, waardoor de efficiency van de systemen hoger in de rangorde zal gaan eindigen.

Wat opvalt is dat maar weinig datacenters aangeven naar financieringsmogelijkheden te kijken. Een beperkte groep datacenters worstelt met het doen van kapitaalinvesteringen. Soms wordt dat opgelost met leaseconstructies, maar we zien ook gaandeweg UPS-as-a-Service modellen de kop op steken, waarbij een zo groot mogelijke ontzorging op UPS-gebied wordt geboden op basis van betaling naar gebruik. Eén op de vier respondenten gaf aan geïnteresseerd of zeer geïnteresseerd te zijn in een dergelijk model. Interessant is dat ook hier de redenen uiteenlopen tussen de twee groepen datacenters. Het gaat daarbij in eerste instantie meestal niet om het geluk van de boekhouder als deze kapitale uitgaven mag vervangen door operationele kosten (OPEX). Voor single tenant datacenters draait het ook hier vooral om ontzorging: een alles-inclusief oplossing, waarbij je geen omkijken hebt naar het onderhoud. Multi-tenant datacenters zien in UPS-as-a-service vooral een kans om risicoloos toegang te krijgen tot schaalbaar UPS-vermogen die de groei kan bijhouden die ze doormaken en waarbij alleen betaald wordt voor het gebruikte vermogen.

Conclusies

Datacenters worden geacht om een steeds hogere mate van beschikbaarheid te leveren en UPS-systemen spelen daarin een belangrijke rol. Wat de UPS betreft, gaan datacenters vooral op zoek naar redundante configuraties. De rol van modulaire UPS-systemen neemt mede daardoor logischerwijs sterk toe. Maar men kijkt ook naar de mogelijkheden van monitoring, waar nog veel te winnen valt. De financiering is voor de meeste datacenters geen probleem. Toch zien we dat er voorzichtig interesse begint te ontstaan in nieuwe OPEX-gebaseerde modellen. Op dat gebied kunnen we de komende jaren zeker nog veel van de markt verwachten.

Peter Vermeulen, Directeur Pb7 Research

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *