Continuïteit, cloud en hyperdatacenter trends voor 2016

Trouw volgt Pb7 Research iedere maand voor DatacenterWorks de sentimenten in de Nederlandse datacentermarkt. Hebben we meer vierkante meters in gebruik genomen? Of neemt juist het energieverbruik toe? En neemt het investeringsniveau intussen toe of af? Het gaat om dit drietal basale meetpunten die ons iets vertellen over de mate van activiteit in het Nederlandse datacenterlandschap, waarbij we telkens een stukje terugkijken en ook het sentiment meten door datacenterbeslissers een stukje vooruit te laten kijken.

Peter-2015-kl

Peter Vermeulen

In januari konden datacenterbeslissers terugkijken op een bijzonder druk jaar. In 2014 liet de Amsterdamse datacenterregio overtuigend zien definitief te behoren tot de ongenaakbare top-4 regio’s in Europa. Frankfurt, Parijs en Amsterdam ontlopen elkaar maar heel weinig. Alleen Londen steekt met kop en schouders boven de rest uit. Maar ook buiten de sterke positie van Nederland in de internationale markt, nam de vraag naar datacenterruimte in 2014 sterk toe.

In 2015 leken veel datacenterbeslissers dan ook wat gas terug te nemen. Veel grote consolidatieprojecten waren afgerond, veel back-up faciliteiten waren in gebruik genomen en steeds meer organisaties oriënteren zich voor volgende stappen eerder op de cloud dan op nieuwbouw, uitbreiding, of colocatie. Toch gaven we begin dit jaar al aan dat 2015 over voldoende ingrediënten beschikte om het topjaar 2014 te overtreffen. En dat had te maken met twee belangrijke trends: de snelle groei van aanbieders van cloudoplossingen, vooral op het vlak van SaaS, en de komst van de eerste hyperdatacenters in Nederland.

Maar met de afronding van veel single tenant projecten in 2014 en de beperkte ingebruikname van nieuwe ruimten door commerciële datacenters in de eerste drie kwartalen, zagen we dat de gerealiseerde groei in het grootste deel van 2015 op een duidelijk lager niveau kwam dan in 2014. Wel bleef het sentiment zeer positief: ondanks dat de verwachtingen voor de korte termijn lang achterbleven, werd de 12-maandelijkse vooruitblik alsmaar positiever. Aan het eind van 2015 zien we dan ook dat de verwachte uitbreidingen ook weer gerealiseerd gaan worden: in de ‘terugblik’ zien we een duidelijke opmars.

Bij de driemaandelijkse terugblik die we iedere maand meten, viel het afgelopen jaar vooral op dat de index maar net boven de 50 (het neutrale punt) bleef: vooral beslissers in single tenant datacenters gaven aan dat de vraag naar vierkante meters afnam, door virtualisatieslagen, consolidatie van computerruimtes, het gebruik van colocatie en in zekere mate de opkomst van cloud en hosting. De meeste multi-tenant datacenters lieten wel groei zien, maar niet altijd even groot als in 2014. Op het vlak van het in gebruik zijnde vermogen en het investeringsniveau, bleef overal een sterke groei zichtbaar, maar zwakte de groei wel duidelijk af. Organisaties zijn vooral veel bezig met het versterken van de grip op het datacenter en het vergroten van de continuïteit. Vooral software-investeringen (DCIM) en een optimalisatie van de stroomvoorziening (met name UPS’en) kregen dit jaar bij veel datacenterbeslissers de nodige aandacht en naar verwachting verandert dan niet in het komende jaar.

Afbeelding1

Vooruitblik

Sinds we twee jaar geleden zijn gaan meten, hebben we een onafgebroken reeks van positieve uitkomsten gezien. Bij de driemaandelijkse terugblik wordt steevast op alle gebieden een groei genoteerd en hetzelfde geldt voor de vooruitblikken die afgegeven worden door de deelnemende databeslissers. De Nederlandse datacentermarkt is dan ook bijzonder dynamisch, waarbij 2014 er ook internationaal met kop en schouder boven uit stak. In 2015 leek het er iets rustiger aan toe te gaan, maar vooral de cloudmarkt zorgt ervoor dat de vraag naar datacenterruimte zich sterk blijft ontwikkelen. Uiteindelijk kunnen de groei voornamelijk toewijzen aan de volgende drie ontwikkelingen:

Afbeelding2

  1. Het belang van continuïteit

Organisaties worden zich er steeds meer van bewust dat de beschikbaarheid van het datacenter een directe impact heeft op de continuïteit van de organisatie. Met de toenemende digitalisering, neemt het belang hiervan alleen maar verder toe. De afgelopen jaren zijn steeds meer organisaties gaan kijken hoe ze hun bezemkasten en verouderde IT ruimten konden inruilen voor één of enkele goede primaire locaties en een back-up faciliteit, bijvoorbeeld in een twinning-concept. Veel grote organisaties zoals banken en centrale overheden zijn zo door een consolidatieslag gegaan en veel kleinere organisaties zijn hier nog mee bezig. Soms worden organisaties ook door wet- en regelgeving gedwongen om goede back-up faciliteiten te realiseren, zoals we in 2013/2014 in de gezondheidszorg hebben zien gebeuren. Waar sommige organisaties kiezen voor nieuwbouw, heeft vooral die back-up behoefte voor een sterke toename in de vraag naar colocatie geleid. Het aantal single client vierkante meters is daardoor veel minder sterk toegenomen, dan de vraag naar colocatie. Ook in 2016 zet deze trend door, zei het dat de echte grote slagen inmiddels wel lijken te hebben plaatsgevonden.

  1. De opkomst van de cloud

Er is nog een andere reden dat het aantal vierkante meters van single tenant datacenters maar weinig toeneemt en wellicht zelfs gaat afnemen in de nabije toekomst. En dat heeft alles te maken met de opkomst van de cloud. Als we datacenterbeslissers vragen waar de komende jaren de servercapaciteit vandaan gaat komen, geeft men aan de capaciteit steeds meer vanuit de cloud en door middel van hosting zal worden gerealiseerd. En of men nu IaaS of SaaS meer denkt te gaan gebruiken, het zorgt ervoor dat de behoefte aan eigen vierkante meters gaandeweg kleiner wordt. Vandaar dat we, als we dieper in de data achter de DDI duiken, veel datacenterbeslissers uit de single tenant wereld zien zeggen dat ze verwachten dat het aantal vierkante meters de komende tijd gaat afnemen. De meeste multi-tenant datacenters profiteren hiervan, door de toenemende vraag naar ruimte van cloud-aanbieders en hosting partijen.

Afbeelding3

Bron: Datacenter Transformatie 2015, 2015, Pb7 Research i.o.v. SPIE ICS

  1. De aankomst van het hyperdatacenter

De cloud kent in datacenterland ook een overtreffende trap: met de bouw van eigen datacenters door Google (Eemshaven) en Microsoft (Middenmeer) is het hyperdatacenter neergestreken in Nederland. Het is een beetje de vraag hoe bijzonder het is dat deze datacenters in Nederland zijn neergestreken. Het is namelijk ook een logisch gevolg van de datacenterstrategie die grote cloud providers aan het ontwikkelen zijn. Daarbij worden datacenters, hele grote overigens, gespreid over een behoorlijk aantal locaties, zodat de uitval van een enkele locatie uiteindelijk geen impact zou moeten hebben op de beschikbaarheid van de diensten. Waar de continuïteit van de een datacenter nu nog voornamelijk een hardware kwestie is, wordt dat in ieder geval voor het hyperdatacenter steeds meer een softwarekwestie. Nederland is als locatie daarmee dus eigenlijk niet meer dan een schakel. Maar aangezien de capaciteit van deze datacenters zo gigantisch is, worden ze al snel medebepalend voor het Nederlandse datacenterlandschap en bijvoorbeeld de bijbehorende werkgelegenheid.

Afbeelding4

Wat kunnen we in 2016 van de DDI verwachten?

In 2016 kunt u een paar dingen verwachten van de Dutch Datacenter Index. De DDI zelf blijft weer in ieder uitgave van DatacenterWorks verschijnen in zijn huidige vorm. Nieuw is dat we vier maal per jaar de index gaan uitsplitsen naar multi-tenant en single-tenant datacenters, zodat er een beter zicht ontstaat op deze communicerende vaten.

Wat de DDI verder zal brengen, is vooral aan de datacenterbeslisser. Hoe snel durft deze de cloud in te groeien? Gaat deze vooral kiezen voor high-density apparatuur of juist kiezen voor energiezuinige IT-apparatuur? Zoals gebruikelijk zullen de Nederlandse datacenterbeheerders daarbij niet over één nacht ijs gaan. Grote schommelingen gaan we daarom niet snel zien. Wel zijn we bijzonder benieuwd of het zeer positieve sentiment zich in 2016 gaat vertalen in opnieuw een topjaar.

Peter Vermeulen is directeur van Pb7 Research

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *