Blog Connectivity: Willy Rietveld over de strijd tussen de glasvezels

In de loop der jaren zijn er verschillende glasvezels gebruikt. Sommige zijn aan de winnende hand, andere hebben de strijd verloren. Hoe is de huidige stand van zaken en welke invloed kan dit hebben op uw datacenter? 

Ik neem aan dat iedereen het verschil kent tussen multi-mode (MM) en single-mode (SM) glasvezel. MM glasvezel heeft een veel grotere kerndoorsnede van doorgaans 50 micrometer, terwijl de kerndoorsnede van SM glasvezel gewoonlijk 9 micrometer bedraagt. MM glasvezel wordt meestal gebruikt over kortere afstanden binnen een gebouw of op een campus. Het nadeel van MM glasvezel is modale dispersie, waarbij het signaal na verloop van tijd gaat varieren omdat de afgelegde afstand van het optische signaal niet voor alle modes gelijk is. Met SM glasvezel doet dit verschijnsel zich niet voor. Daarom is de maximale bandbreedteafstand voor MM glasvezel lager dan voor SM glasvezel. Je kunt dus stellen dat SM glasvezel gebruikt wordt voor grotere afstanden.

In een datacenter gaat het niet alleen over bandbreedte en afstand, ook de totale kosten spelen een rol. Voor SM glasvezel zijn duurdere laserbronnen op een golflengte van 1310 nm of 1550 nm nodig, terwijl voor MM glasvezel goedkopere lichtbronnen zoals leds (light emitting diodes) en VCSEL’s (Vertical Cavity Surface Emitting Lasers) gebruikt kunnen worden. Ook de kosten van de connectoren lopen nogal uiteen. Voor MM glasvezel is een uitlijningstolerantie van 3-5 micrometer geschikt, terwijl SM glasvezel een connector met een tolerantie van 0,5-1 micrometer vereist. Bij connectoren, en eigenlijk ook in het algemeen, betekent tolerantie dat je meer geld kwijt bent aan onderdelen!

Bij MM glasvezel hebben we een verschuiving naar een ander type glasvezel gezien. Eigenlijk heeft de glasvezel met een kern van 50 kern het gewonnen van de eerder gebruikte kern van 62,5 micrometer. Beide hebben gewoonlijk een oranje kabelmantel. MM OM2 glasvezel heeft doorgaans een bandbreedteafstand van 500 MHz*km, terwijl MM OM3 2000 MHz*km verzendt en MM OM4 4700 MHz*km. Deze bandbreedtes zijn alleen van toepassing op een golflengte van 850 nm, die gewoonlijk wordt toegepast bij applicaties op laserbasis (VCSEL’s).

De kabelmantels van OM3 en OM4 zijn meestal aqua van kleur. De volgende stap in MM glasvezel zou WBMMF (Wide Band MM Fiber) kunnen zijn. De WBMMF die op dit moment op de markt is, kan vier golflengten ondersteunen. In combinatie met WDM (Wavelength Division Multiplexing) breidt dit het vermogen van een MM glasvezel uit met een factor vier en wellicht in de nabije toekomst met nog meer. Dit betekent een hogere bandbreedtedichtheid en minder glasvezel. De WDM functionaliteit kan worden ingebouwd in de transceiver en is als zodanig onzichtbaar voor de installateurs. Nu wordt het weer een kwestie van totale kosten. Kortweg: vergeleken met MM OM4 kunnen de kosten van de connector gelijk zijn, kunnen de kosten van de glasvezel iets hoger liggen (maar hopelijk niet veel) en zullen de kosten van de transceiver hoger zijn wegens de integratie van WDM. De vraag is: gaat het om een factor vier of minder?

Ook bij SM glasvezel zijn er diverse ontwikkelingen gaande. Gewoonlijk is de kabelmantel van SM glasvezel geel. Op dit moment wordt er uitgebreid onderzoek gedaan naar SM glasvezel met meerdere kernen. Momenteel bevat dit doorgaans vier of acht aparte kernen binnen dezelfde buitendiameter van 125 micrometer. Het gaat dus eigenlijk om een toename van de bandbreedte met een factor vier of acht. Net als bij WBMMF speelt de vraag van de totale kosten. Kortweg: vergeleken met SM glasvezel zullen de kosten van de connector hoger zijn vanwege de vereiste rotatiegevoeligheid en zullen de kosten van de glasvezel hoger liggen wegens de meer complexe ‘pre-form’. Ook de kosten van de transceiver zullen hoger zijn, dit ook als gevolg van de vereiste van nauwkeurige uitlijning bij meerdere kernen. De vraag is: gaat het om een factor vier of acht of minder?

Willy Rietveld TEZal er een duidelijke winnaar uit de bus komen? Ik denk het niet. Alle oplossingen zullen hun weg vinden naar onze datacenters (afhankelijk van hun specifieke configuratie) en ons helpen om de dichtheid te vergroten. Maar daarover vertel ik volgende keer meer. Hopelijk bent u er dan ook weer bij!

Willy Rietveld

W.Rietveld@TE.com

 

 

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *