Blog Connectivity: Willy Rietveld over contentleveranciers zijn aan de winnende hand. Waarom niet hetzelfde doen?

Het wordt almaar duidelijker dat contentleveranciers aan de winnende hand zijn doordat ze slimme algoritmes en software gebruiken om de verzamelde data optimaal te benutten.

Waarom zou je dat ook niet doen met de data in je datacenter? De term ‘contentleveranciers’ wordt op verschillende manieren gebruikt. Ik doel op de bedrijven die heel veel data verzamelen en daar dan vervolgens slim gebruik van maken. Dat gebeurt elke dag. Je bekijkt wat websites en plotseling krijg je advertenties te zien over de dingen die je net online hebt bekeken. Achter dit soort verbindingen schuilt een geavanceerd systeem. Bedrijven worden hier steeds beter in en het is logisch dat deze ontwikkeling ook buiten het wereldwijde web plaatsvindt. Het gaat erom dat je slim omgaat met de gegevens die je verzamelt. Neem nu de verlichting van een gebouw. Een sensor detecteert je aanwezigheid en stemt daar de verlichting op af. Zo kun je energie besparen. Als je daarnaast de gegevens van alle sensoren gebruikt, kun je het gebouw veel efficiënter verlichten. Nog een ander voorbeeld: de sensoren in een wegdek. Daarmee wordt de hoeveelheid verkeer gemeten. Met alle verzamelde gegevens begrijpen wegbeheerders veel beter hoe het wegdek wordt gebruikt en kunnen ze waar nodig het verkeer omleiden of de weg verbreden. Het draait allemaal om slim gebruik van de verzamelende data. Geen wonder dat het ‘internet der dingen’ (Internet of Things, IoT) aan populariteit wint.

Goed, nu terug naar je datacenter. Hoeveel tijd besteed je eigenlijk aan het verzamelen van gegevens over je datacenter? Gebruik je sensoren? Uit onderzoek blijkt dat veel technici in datacenters 70 % van hun tijd kwijt zijn aan de documentatie van netwerkactiviteiten. Soms zijn ze drie weken met snoertjes en kabels bezig om alle records bij te werken, terwijl die de volgende dag alweer achterhaald blijken! Daarnaast is 70 % van de storingen in het netwerk te wijten aan bekabeling. Het is toch veel beter om ‘sensoren’ te gebruiken?

Voor datacenters is de term DCIM bedacht: Datacenter Infrastructure Management. Op Wikipedia staat dat DCIM een categorie van oplossingen behelst ter uitbreiding van de normale beheerfunctie van datacenters, zodat al het fysieke materiaal en de facilitaire en ICT-technische bronnen kunnen worden aangewend. Met DCIM kunnen op de lange termijn informatietechnologie en facilitaire beheer disciplines worden geïntegreerd zodat overzicht, beheer en slimme capaciteitsplanning van de belangrijkste systemen van een datacenter kunnen worden gecentraliseerd.

Bij het bedrijf waar ik voor werk gebruiken ze CPID-chips als ‘sensoren’. CPID, Connection Point Identification, is de belangrijkste technologie achter het Quareo-systeem. De CPID-chips worden in de fabriek op elke connector geïnstalleerd. De chip bevat alle belangrijke parameters voor de assemblage, inclusief een uniek serienummer voor elke connector.

Wordt er een connector in het Quareo-paneel of -framesysteem geplaatst, dan wordt de chip automatisch gelezen en de verbinding gedocumenteerd in de database. Als de andere kant van de kabel wordt geplaatst, leest het systeem de chip. Dankzij het unieke serienummer weet het systeem dat de twee poorten verbonden zijn. Wordt een connector losgekoppeld, dan wordt dat meteen herkend en krijgt het systeem direct een update.

Willy Rietveld TENu kun je de gegevens gaan verwerken en je datacenter slim gebruiken door bijvoorbeeld het aantal poorten in de gaten te houden. Andere voordelen zijn bijvoorbeeld een versneld werktempo, verbeterde netwerkbeveiliging en meer begeleiding voor technici. Dat werkt pas efficiënt! Wil je meer weten, klik dan hier.

Ik hoop je snel weer te ‘zien’!

Willy Rietveld
W.Rietveld@TE.com

 

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *