Blog Connectivity: Willy Rietveld over rechtstreekse aansluiting versus gestructureerde bekabeling in een datacenter

Dat is een belangrijke beslissing bij het bouwen van een datacenter! 

Vorige week kreeg ik de kans om een van de grotere en mogelijk betere datacenters in Nederland te bezoeken. Dit datacenter ontving verschillende prijzen in allerlei categorieën. Het is verbazingwekkend hoe dingen steeds weer samenkomen bij de bouw van zo’n datacenter. Ik kijk vooral naar de componenten, dus het was goed om het totaalbeeld eens te kunnen zien. Zo kan ik beter begrijpen hoe deze componenten moeten samenwerken. Het is absoluut een van de grotere datacenters, want ik heb onlangs gelezen dat de gemiddelde oppervlakte van alle datacenters wereldwijd zo’n 52 m² is. Even terzijde: een half miljoen datacenters over de hele wereld beslaan in totaal 26 km². Om dit in perspectief te zetten … dat is even groot als de Polynesische eilandengroep Tuvalu (de voormalige Ellice-eilanden) in de Stille Oceaan tussen Hawaï en Australië 😉

Tijdens mijn bezoek aan het datacenter kreeg ik de gelegenheid om aan de infrastructuur van kabels en aansluitingen te werken en de installateurs op te leiden. De installatie van de kabelmodules en connector-subsystemen is een delicate taak die gemakkelijk fout kan lopen als u de juiste procedures niet volgt. Ik zeg niet dat dit het geval was. Het werd in deze datacenters meteen duidelijk hoe vol of zelfs overvol de kabelgoten kunnen geraken. Het vervangen van kabels wordt dan een ware nachtmerrie. Daarom ben ik nog steeds een grote fan van gestructureerde bekabelingoplossingen. Bij deze systemen gebruiken we 3 verschillende basisbouwstenen, namelijk hoofdkabels, cassettes en aansluitkabels. De hoofdkabels worden aangesloten op de verschillende racks en worden aangebracht in de goten die vaak bovenop de racks worden geplaatst. De cassettes worden in de panelen aan de binnenkant van de racks geplaatst. In sommige gevallen zelfs aan het einde van de goten, zoals u kunt zien op de onderstaande afbeelding. De aansluitkabels worden per rack op de hoofdkabels en cassettes aangesloten. Het grote voordeel van deze manier van werken, is de flexibiliteit waarmee u wijzigingen kunt aanbrengen in uw datacenter zonder aan de goten te moeten werken. Het komt erop neer dat u de bandbreedte van uw datacenter kunt verhogen of het bekabelingsplan in overeenstemming kunt brengen met uw nieuwe apparatuur door alleen de aansluitkabels en/of cassettes te wijzigen. Meer informatie vindt u hier.

Willy Rietveld TEHiertegenover staan natuurlijk de kosten en vermindering van het budget. Door gebruik te maken van rechtstreeks aan te sluiten kabelmodules, waarbij de kabel twee toestellen rechtstreeks verbindt, kunt u stellen dat er minder onderdelen nodig zijn en de kosten dus lager liggen. En u hebt waarschijnlijk gelijk, maar wat met de totale kosten in dergelijke omstandigheden? Wat bij een onderbreking en u kabels moet vervangen? Wat als u de kabels moet upgraden om compatibel te zijn met uw nieuwe apparatuur en hogere bandbreedtes? Ik kan u geen precieze berekening geven, maar u kunt het vast wel zelf berekenen. Nog één uitspraak en dan stop ik. Voor een volledig gestructureerde bekabelingoplossing hebt u een verbinding met weinig verlies nodig met maximaal 24 draden per aansluiting.

Volgende keer zou ik een artikel willen schrijven over densiteit in een datacenter. Hopelijk “ontmoeten” we elkaar weer!

Willy Rietveld
W.Rietveld@TE.com

 

email

One Response to Blog Connectivity: Willy Rietveld over rechtstreekse aansluiting versus gestructureerde bekabeling in een datacenter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *