‘In de enterprise-markt gaan we op weg naar Datacenter as a Service’

De modularisering die we momenteel ook in de markt voor enterprise-datacenters zien, is nog maar het begin van een ontwikkeling die veel meer veranderingen gaat brengen. “Net als de commerciële datacenters kiezen ook in-house datacenters vaker voor een modulaire aanpak. Dat levert belangrijke voordelen op ten aanzien van flexibiliteit, snelheid van uitrollen van nieuwe IT-capaciteit, maar ook als het om kosten gaat”, zegt Paul Bron, directeur van de IT-divisie van Schneider Electric Nederland. De volgende stap volgens Bron kon wel eens de komst van Datacenter as a Service zijn.

De afgelopen jaren heeft ons land een enorme groei doorgemaakt als het gaat om commerciële datacenters. Co-locatie bedrijven, hosting-aanbieders en cloud providers hebben tientallen computerruimtes gebouwd, waarbij het design van de ruimte nadrukkelijk gestandaardiseerd is. Een belangrijke reden hiervoor is dat dit soort datacenters geëxploiteerd wordt door internationale concerns die in tal van landen identieke faciliteiten beschikbaar willen hebben. Hierdoor is een gestandaardiseerd ontwerp ontstaan dat in tal van landen wordt uitgerold. Om bovendien de investeringen in al deze faciliteiten goed op de vraag uit de markt te kunnen afstemmen, kiezen deze datacenter-bedrijven veelal voor een modulaire aanpak. “Iedere partij bepaalt hierbij zelf wat de juiste omvang en samenstelling van deze bouwstenen is. In alle gevallen gaat het echter om snel en eenvoudig te plaatsen modules, zodat heel flexibel op nieuwe vraag naar capaciteit kan worden ingespeeld.”

Inmiddels zien we deze trend nu ook bij enterprise-datacenters. Een goed voorbeeld is de renovatie van de twee datacenters van ABN Amro, waarover Sandra Baltus, datacenter manager van deze bank, elders in deze editie van DatacenterWorks vertelt. Bron herkent deze trend heel goed: “We zagen deze ontwikkeling het eerst bij de grote banken. Inmiddels kiezen echter ook kleinere bedrijven steeds vaker voor een aanpak waarbij de computerruimte wordt ingevuld met standaard bouwblokken. Op zich is dit niet echt een nieuwe ontwikkeling. Telecom-aanbieders bouwen bijvoorbeeld al heel lang POP’s, die in feite volgens hetzelfde principe zijn ontworpen en gebouwd. Maar ook in andere sectoren komen we deze werkwijze nu meer en meer tegen.”

Vraag en aanbod 

De voordelen van een modulaire aanpak zijn ook voor enterprise-organisaties groot. “Vraag en aanbod op het vlak van infrastructuurcapaciteit kan hiermee veel beter op elkaar worden afgestemd. Zie het maar als een vorm van rightsizing. Doordat de capaciteit in stappen wordt opgebouwd, kan een bedrijf hierdoor de benodigde investeringen in stukken opdelen. Mocht de oorspronkelijke inschatting van de capaciteit bovendien niet helemaal correct blijken te zijn, dan is aanpassen op de werkelijke behoefte veel gemakkelijker. Laten we bovendien niet vergeten dat een modulaire uitrol – mits goed aangepakt – ook veel sneller zal verlopen dan de bouw van een compleet en veel groter datacenter.”

Wat de juiste omvang en samenstelling van een individuele module is, hangt sterk af van de situatie van het betrokken bedrijf. “Dit is in feite maatwerk per bedrijf. Grote organisaties werken het liefst met wat grotere cubes, terwijl middelgrote ondernemingen voor een uitrol per rij of gang kiezen.”

Risicobeheer 

Deze trend naar modularisering – analisten hebben het ook wel over de industrialisering van het datacenter – past bij een drastische rationalisering die we momenteel in enterprise-omgevingen zien.

“Voor commerciële datacenters geldt natuurlijk dat het ontwerpen en bouwen van zeer efficiënte datacenters hun core business is. Bovendien probeert men door middel van een uitgekiend design onderscheidend vermogen aan te brengen ten opzichte van concurrenten. Dat ligt bij enterprise-datacenters uiteraard anders. Daar zien we bovendien relatief oude faciliteiten die vol staan met zowel oude als nieuwe IT-apparatuur. Het aantal mainframes is weliswaar flink afgenomen de laatste jaren, maar we komen wel regelmatig forse aantallen legacy-systemen tegen die al vele jaren staan opgesteld. Veel van deze systemen draaien al tien of vijftien jaar zonder onderbreking. IT-afdelingen zijn huiverig om dit soort systemen tijdelijk uit te schakelen voor bijvoorbeeld een herinrichting van een zaal. De systemen draaien en men neemt liever geen enkel risico. Hier en daar heeft men natuurlijk wel moderniseringen van de fysieke infrastructuur doorgevoerd, maar dan ging het toch vaak om kleine stapjes, omdat alle aanpassingen moesten gebeuren terwijl alle IT-apparatuur gewoon in bedrijf was. Om die reden komen we nog hele klassieke vormen van ruimtekoeling en dergelijke tegen. De PUE-waardes zijn in dit soort faciliteiten dan ook vaak vele malen hoger dan in commerciële datacenters. Vaak meet men ook helemaal niet hoeveel energie de airco’s en de servers verbruiken.”

In de meeste enterprise-datacenters is maar een beperkte kennis aanwezig van de fysieke infrastructuur. “Wij werden laatst door een groot in-house datacenter gevraagd mee te denken over de stroomvoorziening naar bepaalde racks en gangen. Dat soort vragen komen we echter relatief weinig tegen. De eigen IT-afdeling van bedrijven is meestal klein en beschikt alleen over kennis van de aanwezige IT-systemen en applicaties. Het onderhouden van de fysieke infrastructuur is uitbesteed aan een externe partij. Nu echter veel interne computerruimtes aan een upgrade toe zijn, wordt kennis van de infrastructuurlaag toch gemist.”

Data Center Life Cycle Services 

Schneider Electric speelt hier op in door klanten te helpen bij het in kaart brengen van hun bestaande fysieke infrastructuur. Bovendien biedt het bedrijf ondersteuning bij het vaststellen van de toekomstige behoefte aan onder andere power en koeling. “Hiertoe hebben wij een aantal diensten ontwikkeld die wij ‘Data Center Life Cycle Services’ noemen. Interessant is dat hierbij een andere belangrijke trend in de datacenter-markt nog wel eens om de hoek komt kijken: DCIM. Tools voor Datacenter Infrastructure Management kunnen tal van doelen dienen. Iemand die vooral geïnteresseerd is in de financiële aspecten van het datacenter, kan met bepaalde DCIM-modules kengetallen vaststellen en daar op sturen. Een functionaris die verantwoordelijk is voor onderhoud kan een DCIM-pakket gebruiken om het maintenance-proces aan te pakken. Maar we kunnen DCIM natuurlijk ook inzetten om te meten hoe de bestaande computerruimte nu precies presteert. Hoeveel energie wordt gebruikt? Door welke apparatuur? Zitten er variaties of patronen in dat gebruik?”

“Door DCIM als een tool voor monitoring in te zetten, krijgt een in-house datacenter inzicht in zijn bestaande operatie. Daarmee legt men tevens alle basisinformatie vast die nodig is om plannen voor de toekomst te maken.”

Kennis van IT én koeling 

Bron ziet de kennis van de fysieke infrastructuur bij enterprise-datacenters langzaam maar zeker toenemen. “Men is duidelijk tot het besef gekomen dat het datacenter van cruciaal belang is voor de business. Daarmee is dus ook de fysieke infrastructuur belangrijk. Hierdoor zien wij nu bijvoorbeeld IT-professionals die ook kennis van zaken hebben van power, koeling of bekabeling. Ik denk dat dit een goede ontwikkeling is. Want ook al zijn tal van taken rond het onderhouden van de infrastructuur uitbesteed, de verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van het datacenter ligt natuurlijk toch bij de klant zelf.”

Paul Bron, Scheider Electric: “De voordelen van een modulaire aanpak zijn ook voor enterprise-organisaties groot”

Paul Bron, Scheider Electric: “De voordelen van een modulaire aanpak zijn ook voor enterprise-organisaties groot”

Voor veel in-house datacenters geldt dat zij de komende jaren gemoderniseerd zullen worden. “Dat heeft soms te maken met groei. Maar in andere gevallen is sprake van bedrijven met meerdere vestigingen die besluiten naar één centrale locatie te gaan. Dan verhuist de computerruimte veelal mee. Maar we zien ook dat de ruimtebehoefte in enterprise-datacenters soms terugloopt. Dat heeft te maken met de crisis, maar ook met de komst van nieuwe generaties IT-apparatuur die per vierkante meter veel meer capaciteit bieden. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de impact van SSD-geheugens die storage-apparaten op basis van disk drives vervangen.”

Datacenter as a Service 

Deze ontwikkeling is in de visie van Bron heel interessant. “Want als bedrijven dan toch drastisch gaan moderniseren, sluit ik zeker niet uit dat zij ook goed gaan nadenken over de vraag of zij het – zeg maar – ‘runnen’ van een datacenter wel tot hun kerncompetenties rekenen. Zeker als met een ingrijpende renovatie of nieuwbouw forse budgetten gemoeid zijn, zou het mij niet verbazen als de vraag naar datacenter as a service-achtige diensten de komende jaren gaat toenemen. Daarmee bedoel ik dat een bedrijf een externe partij als Schneider Electric vraagt om een datacenter voor hen te ontwerpen en te laten bouwen. Het bedrijf wordt geen eigenaar, maar least als het ware de infrastructuur. Geen miljoenen meer investeren om de gehele faciliteit zelf te bezitten, maar een model waarbij voor – bijvoorbeeld – tien jaar een bepaalde hoeveelheid datacenter-capaciteit bij een externe toeleverancier wordt afgenomen.”

Is het dan niet logischer om de IT geheel te outsourcen of in zee te gaan met een commercieel datacenter? Bron ziet dat genuanceerder: “De keuze of een bedrijf het datacenter intern houdt of toch liever tot uitbesteden overgaat, is gebaseerd op zowel rationele argumenten (hoe belangrijk is IT voor de onderneming bijvoorbeeld) als meer emotionele aspecten (is het bedrijf sowieso gewend veel uit te besteden of houdt men veel bedrijfsfuncties traditiegetrouw liever intern?). Uitbesteden aan een commercieel datacenter kent vaak grote voordelen, maar niet ieder bedrijf wil dit of kan hiermee uit de voeten. Neem een bank of een andere sterk gereguleerde sector. Bepaalde applicaties mogen dan simpelweg niet bij een andere partij worden ondergebracht. Maar als wij alleen de datacenter-faciliteit aan een bedrijf leveren en die onderneming zelf verantwoordelijk blijft voor zijn IT en zijn applicaties, zou dit wel eens een interessante oplossing kunnen zijn.”

Robbert Hoeffnagel is hoofdredacteur van DatacenterWorks

 

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *