Blog Connectivity: Willy Rietveld over wat er zo speciaal is aan lage verliezen interconnects

Lage verliezen optische interconnects in data centers kunnen de flexibiliteit verhogen door het gebruik van gestructureerde bekabeling en kunnen ook de totale stroom dissipatie verlagen. Maar hoe worden ze gemaakt en gemeten?

Attenuatie is het verlies van transmissie vermogen en wordt berekend door de volgende formule: attenuatie = 10 x log10 (Input power (W)/Output power (W) uitgedrukt in eenheden dB (decibel). 3dB betekent in deze formule 50% verlies van transmissie vermogen, voor 1dB is het verlies 21%.
Optische interconnects van vandaag hebben vaak een attenuatie prestatie dat vele malen beter is dan 1dB. De IS11801 standaard specificeert 0.75dB max attenuatie. De 24 fiber MPOptimate van TE Connectivity heeft ≤ 0.25dB (max.) zoals je hier kunt lezen op de site onder ‘documents’ / ‘spec sheets’. Dit betekent 5.5% verlies van licht of transmissie vermogen ofwel attenuatie.

Wat nog belangrijker is om te melden is de manier waarop optisch verlies wordt gespecificeerd. Verschillende fabrikanten gebruiken verschillende manieren om te specificeren met het gebruik van ‘gemiddeld’, ‘maximaal’ en ‘kenmerkend’ (in het Engels ‘typical’). Wat betreft de eerste twee is het duidelijk wat het betekent, maar wat betekent ‘kenmerkend’. Ik zou zeggen dat iets gebruikelijk of ongebruikelijk is, maar wat betekent dat voor het verlies van een optische interconnect? Daarom gebruik ik liever ‘gemiddeld’ of liever nog ‘maximaal’. Het heeft allemaal te maken met een grote serie optische interconnects en wat je kunt verwachten aan optisch verlies wanneer je twee interconnects verbindt.

Het laatste punt is hoe optisch verlies wordt gemeten. Over het algemeen hebben we een tweede interconnect nodig om de attenuatie te meten van een aangesloten verbinding. Maar hoe specificeren we deze verbinding? We kunnen een willekeurige interconnect van een grotere set gebruiken, of we kunnen een ‘referentie connector’ gebruiken. Een referentie connector is een specifiek geproduceerde of geselecteerde interconnect waarvan we weten dat de optische fiber bijna of precies in het hart zit van een optische interconnect. Wanneer we dus spreken over het verlies bij een optische interconnect is de meest conservatieve beschrijving ‘random mated max’. Dus niet gemeten tegen een referentie connector maar tegen een ieder willekeurig andere connector. Het nadeel is dat het moeilijk is om dit te meten in een productie omgeving en normaal wordt bepaald door distributies en statistieken. Daarom is het meer gebruikelijk om een maximaal verlies waarde aan te geven gemeten tegen een referentie connector.

Willy Rietveld TENu weten we dus hoe we een optische interconnect kunnen specificeren en meten. Maar hoe maken we deze? Over het algemeen zijn er twee heel belangrijke punten. Het eerste is dat de optische fibers elkaar altijd raken, vaak aangeduid als ‘physical contact’. Als tweede is de X en Y uitlijning van de optische fibers relatief tot elkaar en de hoek, als die er is, tussen de fibers. Vooral wanneer het aantal fibers per interconnect, zoals de 24 fiber MPOptimate, stijgt dan is dit moelijker te bereiken. Het gaat allemaal om de kwaliteit van de componenten, het proces van aansluiten en het juiste connector eindvlak. Vergeet vooral niet dat we het hebben over XY-uitlijning op micro-meter niveau en de controle van de fiber hoogte op een nano-meter niveau.

Wanneer je de kunst van het vervaardigen van laag verlies optische interconnects verstaat kun je systemen bouwen zoals in deze video.

De vorige keer beloofde ik te schrijven over zowel laag verlies als dichtheid. De dichtheid is het onderwerp van mijn volgende column. Hopelijk ‘zien’ we elkaar dan weer!

Willy Rietveld
W.Rietveld@TE.com

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *