Blog Datacenter Efficiency Corner: Met komst ‘Internet of Things’ wordt DCIM-oplossing pure noodzaak

U hebt inmiddels vast wel iets meegekregen van de huidige hype rond Internet of Things (IoT). Volgens een schatting van Cisco’s CEO zal de cumulatieve economische impact hiervan in 2020 zijn opgelopen tot negentien biljoen dollar per jaar (circa 14 biljoen euro – inderdaad 14 met twaalf nullen). En wat betreft de culturele impact, er zijn voorspellingen dat veel dingen die nu science fiction zijn, hierdoor in verregaande mate in dagelijkse realiteit zullen veranderen. Maar wat is IoT nu precies, en hoe zal het datacenter er de komende tien jaar door worden beïnvloed?

IoT, in het Nederlands ook bekend als ‘internet der dingen’ of ‘internet van dingen’, beschrijft het gebruik van sensors in dagelijks gebruikte voorwerpen zoals tandenborstels, slow-cookers, thermostaten, tennisrackets, auto’s – en heel waarschijnlijk letterlijk alles – om gegevens te verzamelen en draadloos naar een database of datawarehouse te verzenden waar ze in ongekende hoeveelheden worden bewaard en ongekend snel worden verwerkt om zo de gebeurtenissen in het dagelijkse leven te verbeteren en automatiseren. Maar al zullen de meeste mensen vooral oog hebben voor dit nieuwe ras van slimme voorwerpen zelf, de werkelijke essentie van dit netwerk van onderling verbonden dingen is te vinden in het datacenter.

Als u niet overtuigd bent, denk dan eens aan het aantal apparaten dat momenteel toegang heeft tot kritieke diensten dankzij hosting in uw datacenter. Bedenk vervolgens dat er aan het eind van dit jaar al 25 miljard apparaten met internet verbonden zullen zijn. In 2020 zal dat aantal naar verwachting verdubbeld zijn tot 50 miljard. Het zal duidelijk zijn dat het datacenter qua grootte, complexiteit en vereiste middelen ver zal uitstijgen boven alles wat we in de recente geschiedenis hebben meegemaakt.

Om zich voor te bereiden, moeten datacenterexploitanten hier snel op vooruitlopen en de nieuwe datacenterinfrastructuur bouwen die voor IoT het fundament zal vormen – of het risico aanvaarden dat ze voor 14 biljoen euro per jaar de boot gaan missen. En naast het risico deze kans te missen, bestaat ook nog eens het risico van verspilling door overprovisionering van het datacenter. Het ligt daarom voor de hand dat een Data Center Infrastructure Management (DCIM)-oplossing voor exploitanten de enige aanpak zal blijken om de vraag naar extra servers en apparaten bij te houden en tegelijk te zorgen dat de energievoorziening in het datacenter en de ingezette middelen op efficiënte wijze worden gebruikt.

Natuurlijk zou het makkelijk zijn, en zelfs verleidelijk kunnen lijken, om over te gaan tot een cyclus van herhaaldelijke overprovisionering om een hoge beschikbaarheidsgraad te garanderen voor deze nieuwe diensten. Maar de werkelijkheid is dat overprovisionering binnen de kortste keren niet meer haalbaar is en te duur wordt in het licht van de groei waarop wordt geanticipeerd. In plaats daarvan kan met een goed geïmplementeerde DCIM-oplossing worden gegarandeerd dat: 1) energie voor IT-apparatuur en koeling van het gehele center efficiënt worden gebruikt; 2) middelen, capaciteit en veranderingen op geautomatiseerde wijze worden beheerd; 3) dure downtime wordt gereduceerd of geëlimineerd zodat de provider zich aan de SLA’s kan houden.

In feite is het aannemelijk dat een DCIM-oplossing voor veel datacenters de ontbrekende sleutel zal blijken om het IoT zo duurzaam mogelijk te maken dankzij een kosteneffectieve, schaalbare methode om een dergelijke omvangrijke infrastructuur te ondersteunen. En gek genoeg zal DCIM op zijn beurt weer dienen als een soort meta-IoT doordat het ook zelf in staat is om gegevens te verzamelen van allerlei sensors en apparaten, en waarde te creëren via efficiency en automatisering van het datacenter zelf. Het ‘Internet of Things’ mag dan waarschijnlijk de industrie van morgen zijn, het ziet ernaar uit dat de infrastructuur ervan gebaseerd zal zijn op DCIM om van de hype van nu naar de werkelijkheid van morgen te komen.

 

email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *